Een ander voordeel is dat met de groei van het aantal OO-programma's een hele bibliotheek van reeds geteste objecten ontstaat, die direct in andere programma's zijn in te lassen. Ook sluit, naar de heersende opvatting, OO-programmeren beter aan bij onze denkwereld. Men zou verwachten dat OO-programmeren leidt tot betere en gebruiksvriendelijker systemen, en ook dat OO-programmeertalen andere talen snel zouden verdringen. Dat laatste is in elk geval tot dusver nog niet gebeurd. Het onderzoek waarop dit proefschrift is gebaseerd, probeerde te achterhalen welke voordelen van OO in de praktijk aantoonbaar zijn en welke niet. Daarvoor is in eerste instantie een uitgebreid literatuuronderzoek verricht. Daarna werden proefpersonen met OO-programma's aan het werk gezet en is bij de vijfhonderd grootste ondernemingen in Nederland navraag gedaan naar hun ervaringen met OO-ontwikkelen. OO blijkt in de praktijk drie duidelijke voordelen op te leveren: toegenomen hergebruik van softwarecomponenten; robuustere en beter testbare systemen; snellere oplevering. De gemakkelijke wijzigbaarheid van OO-programma's is moeilijker te bewijzen, en dat OO-programmeren eenvoudiger is dan gestructureerd programmeren al helemaal niet. Uit de resultaten van de proefpersonen bleek dat pas na lange training en ervaring met OO-programmeren een stijging van de productiviteit optrad. De bedrijven die gebruik maken van OO-methoden (ongeveer eenderde van de respondenten), zijn in het algemeen tevreden, maar ervaren het gebrek aan standaardisatie als een gemis. In het proefschrift wordt een aanzet voor die standaardisatie gegeven. Daarbij is gebruikgemaakt van modellen van objectgeoriënteerde modelleringstechnieken, metamodellen dus. Met behulp van metamodellen zijn de verschillen tussen de verschillende gebruikte modellen te analyseren en wellicht ook te overbruggen. De auteur geeft als eisen dat de beschrijving van OO begrijpelijk moet zijn voor een grote groep systeemontwikkelaars, gebaseerd moet zijn op bestaande kennis en concepten moet bevatten op zowel het terrein van analyse en ontwerp als dat van het programmeren. Geen van de bestaande beschrijvingen voldoet aan deze criteria. Het proefschrift presenteert de Object Modelling Framework (OMF)-benadering, die er wel aan voldoet. Op basis van OMF is het mogelijk analyse- en ontwerpmethoden en programmeertalen te ontwikkelen die beter op elkaar aansluiten. Een eenduidig begrip van OO zal er zeker toe bijdragen dat de voordelen die OO op papier al heeft, ook in de praktijk zichtbaar worden. Om over na te denken nog even stelling 13 uit het proefschrift: ‘De enige oplossing om de toenemende lawaaioverlast in de randstad te bestrijden is naast de Betuwelijn en de hogesnelheidslijn, ook de vijfde startbaan ondergronds aan te leggen.’ Jos van Hillegersberg, Metamodelling-based integration of object-oriented systems development, Thesis Publishers, Amsterdam, 1997, pp. 203. ISBN 90 9010871 8; niet in de handel. Een tweetal recent in Informatie gepubliceerde artikelen is gebaseerd op het onderzoek waaruit ook het proefschrift is voortgekomen:
Sijtze Reurich |
||||||
|